WAT IEDERE NEDERLANDSE BURGER ZOU MOETEN WETEN
Behalve voor geschiedenis en Nederlandse literatuur zou er ook voor de natuurwetenschappen een canon moeten worden opgesteld. Het initiatief hiervoor is twee jaar geleden genomen door een groep docenten bij de redactie van het blad Exaktueel. De initiatiefnemers vinden het wenselijk dat een discussie op gang komt over de inhoud van een natuurwetenschappelijke canon. In het meinummer 2006 schreven zij hierover een artikel in NVOX, dat we hierbij ingekort overnemen.

De vraag is: ‘Hoe bepaal je wat iedere Nederlander op het gebied van natuurwetenschap moet weten?’
De strategie die wij gehanteerd hebben daarbij:

• identificeer de gebieden in het dagelijkse leven waar natuurwetenschappelijke kennis van belang is voor Nederlandse burgers;
kies vervolgens de wetenschappelijke concepten die van essentieel belang zijn om Nederlanders binnen die gebieden in staat te stellen als individu en als burger op verantwoorde wijze mee te doen.

Bij het kiezen van de ‘gebieden’ hebben wij ons laten leiden door de vraag: wat komen jongeren en volwassenen in het dagelijkse leven vooral tegen? Onze bron is wat daarover in de media, in het sociale verkeer en in het onderwijs te zien, te lezen en te horen valt. Onze indeling in gebieden is natuurlijk een keuze, maar geen willekeurige. Ons vertrekpunt is dus principieel niet de natuurwetenschappelijke systematiek, maar de samenleving en het individu.

Wij onderscheiden: leefomgeving, seksualiteit, communicatie, gezondheid, ontspanning, techniek, transport en natuur. En binnen elk gebied hebben we een aantal leefwereldcontexten onderscheiden waarbinnen ‘gewone’ mensen met de uitgangspunten of resultaten van natuurwetenschap in contact kunnen komen of waarin natuurwetenschappelijke kennis of inzicht nuttig of zelfs vereist is. Anders ligt dat voor wat wij de natuurwetenschappelijke ‘concepten’ noemen. Dat zijn de onderdelen van de natuurwetenschappen op basis van de vaksystematiek. We hebben ons daarbij de beperking opgelegd dat in het kader van de ‘canon’ uitsluitend de concepten van belang zijn die in het dagelijkse leven van de burger een rol spelen. Ook hier hebben wij keuzes gemaakt. We hebben die concepten opgespoord door telkens een in onze ogen belangwekkende situatie uit het dagelijkse leven bij de kop te pakken, en dan te kijken welk natuurwetenschappelijk concept daarin voor een beter begrip van belang is.

Wat elke Nederlander van natuurwetenschappen moet weten, is dus meer dan de verzameling natuurwetenschappelijke concepten. Sterker nog, functioneel van belang voor de Nederlander is inzicht in de natuurwetenschappelijke aspecten van een aantal casussen. De concepten die nodig zijn om te begrijpen waar het in die casussen om gaat, zijn alleen om die reden van belang. Wij hebben hieruit de conclusie getrokken dat de canon van de natuurwetenschappen bestaat uit de verzameling relevant geachte casussen en de achterliggende natuurwetenschappelijke concepten. Natuurlijk kan een andere keuze van casussen gemaakt worden. De canon is daarmee plaats- en tijdgebonden. Het is de Nederlandse canon anno 2006. Zoals Maarten Doorman, sprekend naar aanleiding van de vraag wat wij aan onze kinderen willen doorgeven op het gebied van cultuur en geschiedenis, zei: ‘Niet het principe, maar de inhoud van de canon dient ter discussie te staan ( . . )’.

Wij presenteren ónze matrix. Indeling en invulling weerspiegelen onze keuzes. Doel is de discussie aan te zwengelen in de kring van vakgenoten. Net zoals geschiedenis, literatuur en cultuur alle Nederlanders aangaat, moet dat ook gelden voor de natuurwetenschappen. Minstens zo belangrijk vinden wij het een kritische reactie uit te lokken van geïnteresseerden buiten de natuurwetenschappen. Wat iedere Nederlander op vijftienjarige leeftijd in dit kader moet meekrijgen, moet vanzelfsprekend onderdeel uitmaken van het curriculum van basisschool en onderbouw van voortgezet onderwijs. Wat wij willen bereiken is dat er een discussie ontstaat over de noodzaak van een canon zoals wij die hebben opgevat en over wat dan de inhoud zou moeten zijn. Vervolgens willen wij de minister van onderwijs ervan overtuigen dat de noodzaak van een natuurwetenschappelijke canon net zo belangrijk is als de culturele canon waarvoor zij de Commissie-Van Oostrom in het leven heeft geroepen. Wij hopen op veel reacties2.

1 Het initiatief is geboren binnen de redactie van Exaktueel.  De schrijvers zijn of waren leraar in het voortgezet onderwijs: Gerard Boeijen, Jan Willem Lackamp (Mondriaan College Oss), Theo Smits (Radboud Universiteit Nijmegen), Pieter Smeets (CITO) en Rob van Woerkom (Notre Dame des Anges Ubbergen).
2 Reacties graag naar
t.smits@science.ru.nl